zondag 30 maart 2014

PER HØJHOLT - De onmiskenbare merel




DE ONMISKENBARE MEREL

Een merel vloog aan
vanuit de mist

hij zit hier nu
te zingen in een natte bergpijnboom

spoedig zal hij terugvliegen
de natuur in



Naar de Engelse vertaling van 'Den tydelige solsort' (1977) door John Irons in 100 DANISH POEMS - From the Medieval Periode to the Present Day. Geselecteerd en geredigeerd door Thomas Bredsdorff en Anne-Marie Mai. Museum Tusculanum Press / University of Washington Press, 2011.






www.alberthagenaars.nl

zondag 9 februari 2014

MARION McCREADY - De Rode Weg




DE RODE WEG

De ochtendgeur van de lente
kleurt de lucht
boven de Rode Weg.

Zoon,
sluit je ogen.

Slik deze bittere vlinder in,
laat zijn vleugels zich in jouw keel ontvouwen
(als wij onszelf vastsnoeren)

Moeder, vader,
op wolkenhoogte,
de wolken vormen kruisen in de lucht.

Zoon,
kom.
God zal ons grijpen.

Het vorstbevingerde gras zal schreien
om alleen al onze gebroken botten
(de meubelstukken van onze ziel),

want wij bewonen de lucht.


Contemporary Literary Horizon 35, jrg. 6, no. 3, mei-juni 2013 Eerder verschenen in de bundel Vintage Sea, Calder Wood Press, 2011


www.alberthagenaars.nl

zondag 19 januari 2014

SITOR SITUMORANG




HOLLANDSE AQUAREL

Voor B.L. Brouwer

I

In het graan vangt
het gloeien van de rijpe aren aan-
Hemelblauw

Het hoogseizoen zet in
over bloemenvelden-
Gekwetter van vogels

Steden openen zich
verleggen grenzen-
Beteugeling van het hart

Ademloze wensdromen
in de vorm van water-
Holland



II

Heldere polderkavels
vervlieten als woonboten
in wolkenranden
temidden van een te blauwe
oneindigheid

en de uitgestrekte groene plassen
waar molens water scheppen
in de schaduw van bomen
tussen de bruggen
langs de vliet

Heel het lijf van de dag
samenspel van zon, wind en haven
al het stuifmeel
bijna verstoven


Aquarel Holland
Vertaald in samenwerking met Siti Wahyuningsih Hagenaars
Foto: ?



www.alberthagenaars.nl

zaterdag 30 november 2013

LAWRENCE DURRELL (1912-1990)




EEN PORTRET VAN THEODORA

Ik herinner me haar door een gouden fonkeling
In de pupil van één oog, een merkwaardig
Rossig goud: en na zoveel jaren
Niet meer aan haar muzikale lijf te hebben gedacht ―
Met die te lange armen, te dunne polsen ―
Herinner ik me slechts de onzekere verlangens
Die mijn lichaam verwarden. Ik zal niet
Ontkennen dat haar praal lachwekkend was, stedelijk:
Maar je kon er een treurige, door slapeloosheid
aangetaste plattelandslach doorheen horen.

Geen van deze ontmoetingen is voorzien,
Neem ik aan, of nagelaten door de toonbeelden
Van stedenliefde ― een stad gesticht
In de naam van de liefde is voor mij altijd
Bruin gezicht, witte tanden, goedkope zomerjurk
Met witgroene strepen en dan
Voorgoed een karmozijnrood vonkend oog.
Ik realiseerde me dat al jaren niet meer.
Het oog lag ergens in hinderlaag.

Dan, in een andere stad met dezelfde
Bedompte adem, vuile lakens, midden
In een afscheid: dezelfde duistere slaapkamer,
Arctisch witte pispot en wreed ijzeren bed, zag ik
Het licht van een straatlantaarn Theodora lostornen,
Als een versleten trui, ogen en mond van rimpels
Ontdoen, haar jeugd van verband, om me de wonden
Te tonen die ik nooit eerder had begrepen.

Hoe had ik die kwetsuren kunnen veronachtzamen?
De bloederige vegen van een lieftallige lach
Uitgesmeerd als Osiris ergens in de duinen?
Nu herken ik haar alleen door mijn ervaring
Te laat, tussen al die andere geweldige overlevenden
van de razernij van de stad, en geef haar een plaats
temidden van de klassieke minnaars ― de uitverkorenen!


Uit: The tree of idleness (1955)
Foto: Anne Purkiss



www.alberthagenaars.nl

zaterdag 19 oktober 2013

MICHEL-DANIEL ROBAKOWSKI



EEN VROUW

een vrouw als een bron een vrouw
in mijn armen duizelingen
die vochtige hellingen word ik.

de boten met hun klapperende zeilen sidderen
in strak gelid keren de meeuwen naar de haven.

ik ga over in die wierige lakens ik zwem
het bed opent zich het bed
aan de liggende buik
een vrouw bezingt het water
tussen de lippen de liefde word ik.

kruipvissen de zonnen verstrengelen met oceanen.

ik leg een aquarium mijn wil op
een vrouw als uit een bron een vrouw
in mijn armen houd ik de zee
ik word één met die razende schuiten.



Dit gedicht werd aangetroffen in de bloemlezing 'Poètes du Nord', Poésie 1, Éditions Saint-Germain-des-Prés, Paris, 1973. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel 'Les Hauts d'Aventures', Uitgeverij Traces, 1971.



www.alberthagenaars.nl

zondag 22 september 2013

CEMAL SÜREYA (1931 - 1990)



KORT NIETTEMIN MIJN LEVEN

Toen ik een lucifer afstak
Werd alles dat opgloeide jouw gezicht
Toen ik een lucifer afstak
Want elk gezicht is een land

Toen ik mijn sigaret aanstak
Want elke sigaret is een woord
Toen ik mijn sigaret aanstak
Werden de herfstige dagen een lied

Een duif wanneer ik sterf
Blad voor blad met verdriet
Een duif wanneer ik sterf


Naar de Engelse vertaling van Nermin Menemencioğlu


www.alberthagenaars.nl

dinsdag 13 augustus 2013

AHMAD CHAWQI (1868 - 1932)



*

Ik bezit een metalen uurwerk,
zoals niemand er een heeft;

het zet uit en krimpt,
als een volhardend hart.

Zijn wijzers en de tijd
zijn voortdurend met elkaar in conflict.

Het loopt en ik, ik treuzel;
het kan me weinig schelen dat het stilvalt.

Ik zie het, zonder me te ergeren,
vooruitlopen, en dan weer vertragen.

Maar ik draag het aangezien
het me zo misleidt met de tijd.


Naar een anonieme Franse vertaling.



www.alberthagenaars.nl