zondag 3 februari 2013
REBECCA LINDENBERG
CARNAVAL
Het masker dat schroeit als een viool, het masker
dat alleen dode talen zingt, dat zich erin verlustigt
beschadigend te worden opgezet. Het masker
dat zucht als een vrouw ofschoon
een vrouw het draagt. Het masker bedekt
met zoetwaterparels, met zaden. Het bepluimde masker,
het masker met een bestikte mond, een vollemaansgezicht,
met een geheelde houw die herfst betekent. Een norse blik
die begeren verbergt. Een groteske plooi. Hier is
een masker met een bek, een masker met tressen. Hier is
een masker zonder ogen, een masker dat er uitziet
als een masker maar dat niet is - probeer alstublieft
maar niet de linten los te trekken.
Het masker dat munten sneeuwt, het masker vol wespen.
Masker van kant om ontsnappende gedachten te verstrikken.
Reik me het masker met rouge, dat van bladmuziek.
Of het jakhalsmasker, het verhullende masker
dat minnaars vereenzelvigt met nacht.
‘Carnival’, Uit: ‘Love, an index’, 2012. McSweeneys Publishing.
www.alberthagenaars.nl
wikipedia
woensdag 26 december 2012
TED WALKER (1934 - 2004)
PAASGEDICHT
Op Eerste Paasdag was ik al vroeg
op pad gegaan, in m'n eentje
om buiten het bereik van
de verraderlijke klokken te komen
(die ik elke andere zondag niet eens zou horen)
naar de heuvels, waar winden heersen
die de lezing over Gods toorn wegblazen.
In het broze eerste licht zag ik hem ineens,
onwerkelijk opdoemend uit oplossende mist,
een vos op een schuurdeur genageld
als een bontbeschilderde gipsen Christus
boven een Spaans altaar, zijn staart
om zijn geslacht gekruld. Zijn kop hing
slap zijwaarts, de oren waren vastgepinde
klissen, de verdroogde neus zat onder zwarte
klonters bloed. Twee dagen lang zou hij
die rechtzinnige pose behouden.
De typisch Engelse geluiden
van deze plechtige zondagochtend
werden vermengd in de werkende mist
en hadden zijn stijve kop kunnen bewegen.
Aan de voet van de heuvels werden de klokken
al geluid: de opkomende zon wierp haar rosse
schijn op zijn schandelijke wonden.
Ik wandelde de hele bezeten dag door
om bij avondval weer in de mist
rond de schuur te verdwijnen,
met verkrampte darmen van angst
dat hij verdwenen was, alleen
zijn nagels als bewijs had achtergelaten.
Maar hij was er nog. Ik zag geen
enkel teken. Hij hing daar als voorheen.
Alleen de wind was aangewakkerd
om de dorens uit zijn vacht te jagen.
Ik liet mijn bijgeloof achter,
opgespannen op de rammelende schuurdeur.
Easter Poem
www.alberthagenaars.nl
vrijdag 2 november 2012
STEPHEN SPENDER (1909 - 1995)
DE VAL VAN EEN STAD
Alle affiches op de gevels
Alle folders op straat
Zijn verminkt, aan repen gescheurd of verregend
Hun woorden bevlekt met tranen,
Het vel van hun lijven gestroopt
In de zegevierende orkaan.
Alle namen van helden in de zaal waar de voeten
donderden en de bronzen kelen brulden,
Fox en Lorca als geschiedenis op de muren geschilderd werden,
Zijn nu woedend verwijderd
Of hun stof aan stof overgeleverd,
Van gouden lofbetuigingen afgesloten.
Alle onderscheidingen en militaire groeten
Van revers en uit handen getrokken
Zijn weggeworpen met de menselijke zakken die ze droegen
Of, in de diepste bedding van de geest,
Overgekalkt met een glimlach
Die de overwinnaars plotseling tonen wanneer ze winnen.
Alle geleerde en ongeleerde lessen;
De jongeren, die leerden lezen, blind nu
Hun ogen gevuld door een archaïsche film;
De boer valt weer terug op een stuntelig deuntje
Terwijl hij het gebalk van z’n ezel volgt;
Alleen zij herinneren zich te vergeten.
Maar ergens drukt een of ander woord
Op de hoge deur van een schedel, en in de hoek
Van een onschendbaar oog springt
het geheugen van een oude man op een kind
Over ― vonk van de dagen vol energie.
En het kind verstopt het als een scherp stuk speelgoed.
Fall of a city
www.alberthagenaars.nl
vrijdag 5 oktober 2012
PIERRE JEAN JOUVE (1887 - 1976)
BLOEDZWEET
I: Spuug
De fluimen op het asfalt hebben me altijd doen denken
Aan de bedrukte zijde van de hoofddoek van de heilige vrouwen.
II: De Vlek
Ik zag een vettige groene olievlek
Die uit een machine gelopen was en ik dacht,
Op het warme plaveisel van de rosse buurt,
Langdurig, langdurig aan mijn moeders bloed.
III
Want het witte vel is een nachtelijke uitdrukking
En in welke woestenij heeft zij niet dagelijks haar stappen gezet?
Een schaduw — dat is ze — is niet afschrikwekkender,
Noch obscener, noch kwaadaardiger.
De man zonder zonde
Is degene die niet zou moeten sterven, is dus degene
Die geen enkel verbod zou kennen, is dus degene
Die helemaal geen gelijke zou hebben, en die niet zou moeten leven.
Uit: Sueur De Sang
www.alberthagenaars.nl
zondag 16 september 2012
LATHAA (Kanagalatha)
NAT WORDEN
Ik begeef me te voet in de ruimte
tussen een leven en zijn wederkeer
Droom, verlangen, poëzie, leven
Ik verander van benen en ga voort
De liefde raakt verhit
zoals de wind die jaagt
in het holst van de golven
Naar de Franse versie van Geetha-Galapathy-Doré
www.alberthagenaars.nl
vrijdag 31 augustus 2012
GEORGES THEMELIS (1900-1976)
NAAKT VENSTER
Ik dacht erover om dit doodse huis te verlaten
En om mijn leven op zee door te brengen
Schaduwen houden zich er in op, vergeten stemmen
Verminkte poppen gaan de trappen op en af
Het venster leunt naakt op de nacht
Alle ruiten zijn eruit gevallen
Scherven in het stof
En ik blijf en tracht mijn schaduw te vinden
Alles wat resteert van een oude vergeten zon
Naar de Engelse vertaling van M. Byron Raizis
Greek Poetry Translations, Efstathiadis Group, 1981.
www.alberthagenaars.nl
zaterdag 21 juli 2012
NIKEPHOROS VRETTAKOS (1912-1991)
EEN GRAFSCHRIFT
Met op z’n schouders de trofee van Marathon,
daalt de knappe dode kerel naar de Hades af,
waar de eeuwige Grieken hem al verwachten. Maar
hij brengt hen slechts de helft van de boodschap:
WIJ HEBBEN―
Anderen na mij brengen jullie het WIJ HEBBEN GEWONNEN.
Het was niet mijn lot zo vroeg te komen, ik ben,
in de landstreek van Plataea en Marathon,
gedood door Perzische hand.
Naar de Engelse vertaling door M. Byron Raizis
Greek Poetry Translations, Efstathiadis Group, 1981
ZONDER JOU
Zonder jou zouden
duiven geen water vinden.
Zonder jou zou God
het licht in zijn fonteinen niet aandoen.
Een appelboom verspreidt zijn bloesem
op de wind: in jouw schort
breng je water uit de lucht
de bezieling van de tarwe, en boven jou
een maan van spreeuwen.
Naar de Engelse vertaling door M. Byron Raizis
Greek Poetry Translations, Efstathiadis Group, 1981
EEN AMANDELBOOM
Een amandelboom en jij daarnaast.
Maar wanneer stonden jullie twee in bloei?
Staand aan het raam
kijk ik naar jou en schrei.
Mijn ogen kunnen zo’n vrolijkheid
niet aan. God, geef mij
alle cisternen van de hemel
en ik zal ze vullen voor jou.
Naar de Engelse vertaling door M. Byron Raizis
Greek Poetry Translations, Efstathiadis Group, 1981
Abonneren op:
Posts (Atom)



