vrijdag 28 juni 2013

KHALED NAJAR (2)




GEDICHT

Ik draag de kaars en de bloemen
In de stilte van mijn hand
Ik draag de spiegel, de kous en de wolk
In de stilte van mijn hand
Jouw lied is verdwaald in een verre zomer
En in de olielampen
Draag ik het schrift, de havens en de zee.

De vlinders
En het verdriet van de eeuwigheid



IK WAS KLEIN

Toen ik nog klein was
Was de wind mijn onderkomen
De schoolbel mijn muziek

Ik vertrok
Duister als het noorden
Samenzwerend als het voorjaar
Ik vertrok
Tot aan de bronnen
In het holst van de nacht
De wereld reflecteerde
In mijn eerste spiegel
De iep
groeide door in mijn droom
Als op een eiland


Uit: Le poème arabe moderne, Maisonneuve & Larose, 1999.
Naar de Franse vertaling van Tahar Bekri.





www.alberthagenaars.nl
wikipedia

maandag 6 mei 2013

JACQUES PRÉVERT (1900 - 1977)



BLOED EN VEREN

Herdachte leeuwerik
het is jouw bloed dat vloeit
en niet het mijne
herdachte leeuwerik
ik heb mijn vuist gebald
herdachte leeuwerik
mooi dood vogeltje
je had niet uit mijn hand
het zaad van de vergetelheid
moeten komen eten.



www.alberthagenaars.nl

zondag 17 maart 2013

JEANNE BESSIÈRE





HET ONDERKOMEN

Het vuur als uitspraak
De zee als herinnering
golf op golf heen en weer
tot warrelend schuim
withete woorden

Een ploegland van wier en zout
waar schelpdieren ontkiemen
de wind een weerwerk
zand ruimte vlees en bloed
opgetrokken uit lucht en baksteen

Een lijf als een landschap
een ander onderkomen bezit ik niet


Uit: L'autre face, Ed. Jacques Tillie, 1963.



www.alberthagenaars.nl
wikipedia

zaterdag 2 maart 2013

PATRICE CAUDA (1925 - 1996)





*

De stilte is vervuld
Van zaad alom
Mijn lippen zwellen
Bij de oproep van de vrucht
Je benen branden
Tussen mijn armen
Je lijf is een vaartuig
Dat me meevoert
Tot in de offerande van je heupen
Ik heb mijn toekomst beleefd.

Uit: Domaine Vert (1962).



www.alberthagenaars.nl
wikipedia

zondag 3 februari 2013

REBECCA LINDENBERG





CARNAVAL

Het masker dat schroeit als een viool, het masker
dat alleen dode talen zingt, dat zich erin verlustigt
beschadigend te worden opgezet. Het masker
dat zucht als een vrouw ofschoon
een vrouw het draagt. Het masker bedekt
met zoetwaterparels, met zaden. Het bepluimde masker,
het masker met een bestikte mond, een vollemaansgezicht,
met een geheelde houw die herfst betekent. Een norse blik
die begeren verbergt. Een groteske plooi. Hier is
een masker met een bek, een masker met tressen. Hier is
een masker zonder ogen, een masker dat er uitziet
als een masker maar dat niet is - probeer alstublieft
maar niet de linten los te trekken.
Het masker dat munten sneeuwt, het masker vol wespen.
Masker van kant om ontsnappende gedachten te verstrikken.
Reik me het masker met rouge, dat van bladmuziek.
Of het jakhalsmasker, het verhullende masker
dat minnaars vereenzelvigt met nacht.



‘Carnival’, Uit: ‘Love, an index’, 2012. McSweeneys Publishing.



www.alberthagenaars.nl
wikipedia

woensdag 26 december 2012

TED WALKER (1934 - 2004)




PAASGEDICHT

Op Eerste Paasdag was ik al vroeg
op pad gegaan, in m'n eentje
om buiten het bereik van
de verraderlijke klokken te komen
(die ik elke andere zondag niet eens zou horen)
naar de heuvels, waar winden heersen

die de lezing over Gods toorn wegblazen.
In het broze eerste licht zag ik hem ineens,
onwerkelijk opdoemend uit oplossende mist,
een vos op een schuurdeur genageld
als een bontbeschilderde gipsen Christus
boven een Spaans altaar, zijn staart

om zijn geslacht gekruld. Zijn kop hing
slap zijwaarts, de oren waren vastgepinde
klissen, de verdroogde neus zat onder zwarte
klonters bloed. Twee dagen lang zou hij
die rechtzinnige pose behouden.
De typisch Engelse geluiden

van deze plechtige zondagochtend
werden vermengd in de werkende mist
en hadden zijn stijve kop kunnen bewegen.
Aan de voet van de heuvels werden de klokken
al geluid: de opkomende zon wierp haar rosse
schijn op zijn schandelijke wonden.

Ik wandelde de hele bezeten dag door
om bij avondval weer in de mist
rond de schuur te verdwijnen,
met verkrampte darmen van angst
dat hij verdwenen was, alleen
zijn nagels als bewijs had achtergelaten.

Maar hij was er nog. Ik zag geen
enkel teken. Hij hing daar als voorheen.
Alleen de wind was aangewakkerd
om de dorens uit zijn vacht te jagen.
Ik liet mijn bijgeloof achter,
opgespannen op de rammelende schuurdeur.


Easter Poem


www.alberthagenaars.nl

vrijdag 2 november 2012

STEPHEN SPENDER (1909 - 1995)




DE VAL VAN EEN STAD

Alle affiches op de gevels
Alle folders op straat
Zijn verminkt, aan repen gescheurd of verregend
Hun woorden bevlekt met tranen,
Het vel van hun lijven gestroopt
In de zegevierende orkaan.

Alle namen van helden in de zaal waar de voeten
donderden en de bronzen kelen brulden,
Fox en Lorca als geschiedenis op de muren geschilderd werden,
Zijn nu woedend verwijderd
Of hun stof aan stof overgeleverd,
Van gouden lofbetuigingen afgesloten.

Alle onderscheidingen en militaire groeten
Van revers en uit handen getrokken
Zijn weggeworpen met de menselijke zakken die ze droegen
Of, in de diepste bedding van de geest,
Overgekalkt met een glimlach
Die de overwinnaars plotseling tonen wanneer ze winnen.

Alle geleerde en ongeleerde lessen;
De jongeren, die leerden lezen, blind nu
Hun ogen gevuld door een archaïsche film;
De boer valt weer terug op een stuntelig deuntje
Terwijl hij het gebalk van z’n ezel volgt;
Alleen zij herinneren zich te vergeten.

Maar ergens drukt een of ander woord
Op de hoge deur van een schedel, en in de hoek
Van een onschendbaar oog springt
het geheugen van een oude man op een kind
Over ― vonk van de dagen vol energie.
En het kind verstopt het als een scherp stuk speelgoed.


Fall of a city


www.alberthagenaars.nl