dinsdag 19 april 2011

PAUL VERLAINE (1844-1896)





MIJN VERTROUWDE DROOM

Vaak droom ik die vreemde en indringende droom
Over een onbekende vrouw, die ik bemin en die mij bemint
En die, telkens weer, noch geheel dezelfde is
Noch geheel een andere, en mij bemint en begrijpt.

Want zij begrijpt mij en mijn hart, transparant
Alleen voor haar, helaas, houdt op een probleem te zijn
Alleen voor haar, en mijn bleke bezwete voorhoofd,
Alleen zij weet het, huilend, te verfrissen.

Heeft zij bruin haar, blond of rossig? –Ik weet het niet.
Haar naam? Ik herinner me dat hij zacht en welluidend is
Als die van de beminden die het Leven verbande.

Haar blik gelijkt die van het staren van standbeelden,
En haar stem, ver en kalm en diep, heeft de kleur
van geliefde stemmen die het zwijgen is opgelegd.


Mon rêve familier – Poèmes Saturniens, 1866.

www.alberthagenaars.nl

zaterdag 16 april 2011

GEORGES SCHEHADÉ (1905-1989)





I

Vooreerst achter de rozen zijn er geen apen
Er is een kind met gekwelde ogen



II

De haren die even oud zijn als de liefde
Zoals de wijn die door de vingers stroomt
Herinner je herinner je bloemen van de aarde
De schaamte droeg je hoofd in een ransel
Duizend verzakkingen markeerden je stappen
Jij bevindt je hoog daar op de helling
Waar de maan haar grote koude orgels opstelt
De bomen sidderen als kwallen
Maar jij gelooft niet in deze natuurlijke kreten
Als de bergen de lucht konden raken
En daardoor het weer weer konden veranderen
Zou jij naar de hemel optrekken

Met twintig jaar is het een siddering
Om je ogen in het water van de vrouwen te zien
De kamer heeft de opsmuk van de zee
Als twee samen vliegende vogels neerstorten
Uit de dreigende stilte van het nest
Heeft de nacht onze leeftijden verward
O melodie van het eilandgesteente


Poésies I (1938)



*

Er zijn tuinen die geen land meer hebben
En die alleen zijn met het water
Duiven vliegen er doorheen blauw en zonder nest

Maar de maan is een kristal van geluk
En het kind herinnert zich een grote heldere verwarring


Poësies II (1948)


*

Gij zult niet de vrede van het Koninkrijk hervinden
Noch de sappige weides aan de zijde van een lans
- Nauwelijks krijgsgewoel, ijzer op ijzer
In die kerk van een schiereiland der kindertijd
Nauwelijks de engel en de winter
Over de christelijke passie van de schuiten

De zwaarden blijven haken en laten bloed achter in de avond


Poësies III (1949)


www.alberthagenaars.nl

zaterdag 26 maart 2011

SYLVIA PLATH (1932-1963)






METAFOREN

Ik ben een raadsel en negen lettergrepen,
Een olifant, een wanstaltig huis,
Een meloen balancerend op twee tentakels.
O rood fruit, ivoor, scherpe ribben!
Dit brood is groot in z’n woelig rijzen.
Geld wordt opnieuw gemunt in deze vette buidel.
Ik ben een inkomen, een toneel, een drachtige koe.
Ik heb een zak groene appels verorberd,
Zit in een trein zonder ooit nog uit te kunnen stappen.


Uit: Metaphors

www.alberthagenaars.nl

dinsdag 1 maart 2011

SANDI STROMBERG (3)




WONEND IN HET BUITENLAND

We woonden niet in idioom.
We spraken onverbloemd Engels,
niet versierd door toespelingen.
We schoten wat kleren aan
over ons naakte lijf, schamele botten.
We schaarden ons in rijen in het rijenland,
drongen samen op andere plaatsen,
veranderden van auto’s en kleuren opdat ze pasten
bij de cultuur van ons bestaan,
totdat we oog in oog stonden met onszelf
en beweerden dat we elkaar nooit hadden ontmoet.

Original title: Expatriates



CICATRIX

Aanvankelijk was er slechts een spoor
een lichte vlek die beslist bleker zou worden.
Zeker geen moedervlek, hield mijn moeder me voor,
hoewel ze dacht dat haar dochter aangetast was.
De smet was geen keloïd, geen teken
van schoonheid of sociale status. Hij spatte
over mijn kin als bebloede scherven
of het werk van een verlamde
tatoeage-artiest. Mettertijd gaf ik toe
aan de betovering van z’n hiërogliefen, geweigerde
scheuring, en droeg hem als een talisman.

Cicatrix – Outside The Fold



MIJN GROOTMOEDERS UITPAKKEN

Ik breng ze naar beneden van zolder
―Victoriaanse invaliden die ze eens waren―
om leven te blazen in het stof dat ooit woorden

en botten was. Pak een groene kralenketting
uit van een epilepsielijder, een doortocht
van een astmapatiënt naar de droge

vlaktes van Texas. Van één vergaar ik
vier fragmenten in een vijf jaar bijgehouden dagboek,
enig geschenk van de zoon die zij naakt

in de sneeuw liet dwalen en te laat
liefde gaf. Van de andere voorschriften
voor zwangerschap―pure lucht

en theekopjes, diepe zuchten en zweet.
Een remedie voor reuma. In verbijstering
gewikkeld, en een droeg

de onwaarschijnlijke naam van Hoop
haar afzondering mee in, streelde
het dagboek zoals zij nooit

haar zoon zou doen. Te delicaat
voor de kinderen waar ze steeds zwanger van werd,
gleed Carrie ademloos weg.

Ik sleep ze van zolder naar beneden als oude koffers,
klap de deksels omhoog om ze van stof te ontdoen
en leg hun stiltes naast elkaar op mijn eigen schap.


Unpacking my grandmothers – Outside The Fold

www.alberthagenaars.nl
wikipedia

donderdag 24 februari 2011

ANESTIS EVANGELOU (1937-1994)

.
.


DE DICHTER

Hij was naar de hoogste top geklommen
zijn stem, een witte vogel in de lucht.
Een menigte krioelde in de uitlopers.
Terwijl ze zijn stijgende stem hoorden
werd hun cirkel steeds kleiner,
ze droegen knuppels,
messen en stenen, ze kwamen nader.
Er klonken kreten, ‘dood hem’;
de eerste stenen vlogen over;
messen flikkerden in het zonlicht
hij voelde dat dit het einde was.

Maar zijn stem,
een witte vogel vloog over hun hoofden heen
en verwensingen en messen konden hem niet meer raken.


Naar de Engelse vertaling van M. Byron Raizis
Greek Poetry Translations, Efstathiadis Group, 1981




HET ZWARE MES

Toen het zware mes viel
en een diepe snee in mijn borst maakte
kon ik daar, uiteraard, de betekenis niet van zien:
de tijd moest z’n beloop hebben.

Sindsdien heb ik veel geleerd en geleden
― vooral dit: dat ik eraan moest wennen
van de wond te houden
van het zware mes.


Naar de Engelse vertaling van M. Byron Raizis
Greek Poetry Translations, Efstathiadis Group, 1981


www.alberthagenaars.nl

donderdag 13 januari 2011

BRENDAN KENNELLY

.
.


WAT?

‘Wat is mijn lichaam?’ vroeg ik de man van regen.
‘Een tempel,’ zei hij, ‘en de schaduw
van de tempel, droomveld, pijnzak, liefdestafereel,
haatpodium, wonderjungle onder de huid.

Snijd het open. Sorry voor de verschijning.’

‘Wat is mijn bloed?’ waagde ik vervolgens.
‘Haar pijn die jou en mij baart,
de langzame overgang van pijn
in het besef wat het betekent

om de heuvel van bloed te beklimmen,
een sleepnet te trekken door de giftige zee.’

‘Waar was ik toen ze zagen dat ik terug ben?’
‘Waar begin en eind
een afbeelding samenstellen, een geluid vormen,
en jou eraan herinneren dat liefde een gonzende wond is

en ik jouw vriend zou kunnen zijn.’


Deze vertaling is opgedragen aan de Ierse dichteres
Seosaimhín Nic Rabhartaigh, die de poëzie van Brendan Kennelly onder m’n aandacht bracht.


www.alberthagenaars.nl

zondag 19 september 2010

CHARLES BAUDELAIRE



OVERDRACHT *

De natuur is een tempel waar bezielde zuilen
Soms verwarrende berichten prijsgeven:
De mens doorkruist bossen vol symbolen
Die hem met een vertrouwd voorkomen waarnemen.

Als lange echo’s die zich al van verre verbinden
Tot een duistere en diepe eenheid,
Weids als de nacht en oplichtend als inzicht,
Reageren geuren, kleuren en klanken op elkaar.

Er zijn geuren fris als de huid van een kind,
Zacht als het geluid van een hobo, groen als weiden,
-En andere, weelderig in overwinningsroes, walmend al,

Die zich verspreiden als alle vormen van oneindigheid,
Zoals amber, muskus, benzoë en wierook,
En de onderlinge werking bezingen van geest en zinnen.



* Vertaling van Baudelaires 'Correspondances'
(uit 'Les Fleurs du Mal') zonder zijn metrum en eindrijmen.


Foto: © Albert Hagenaars
www.alberthagenaars.nl