maandag 29 augustus 2011

TED HUGHES


EEN OTTER

I

Onderwaterogen, het spekgladde lijf
van een paling, vis noch beest is de otter:
Vierpotig en toch toegerust voor het water, om de vis te overtreffen;
Met bevliesde voeten en lange sturende staart
En een ronde kop als een kater op leeftijd.

Brengt de legende over hemzelf voort
Van voor oorlogen of begrafenissen, ondanks jachthonden en stokken tegen gebroed;
Schiet niet wortel zoals de das. Zwerft rond, krijst;
Rent langs land waar hij niet meer toe behoort;
Schiet al smeltend het water in.

Niet van water noch land. Op zoek
Naar een of andere wereld verloren bij de eerste duik en sindsdien onbereikbaar,
Sleept zijn veranderde lijf in de diepe spelonken van meren;
Alsof hij blind is, splijt de stroming van de rivier
Totdat hij het grint van de bron likt; van zee

Tot zee steekt hij over in drie nachten
een ware meester in het verbergen. Schreeuwend naar de oude vormen
Van het sterrenverlichte land, over verzonken hoeven waar vleermuizen
Omheen vlagen zonder antwoord. Totdat eerste licht en vogelzang aanbreken
Hobbelend over de wegen met de melkwagen.


An Otter (fragment)


www.alberthagenaars.nl

zondag 3 juli 2011

LOUIS SIMPSON




IK DROOMDE DAT IK IN EEN STAD DONKER ALS PARIJS

Ik droomde dat ik in een stad donker als Parijs
alleen op een verlaten plein stond.
De nacht trilde in paarsblauwe
verwachting. Aan de verre zijde bewoog iets,
rommelde het: aan die telkens oplichtende
horizon spoten kanonnen kleur in de lucht.

Daar was de frontlijn. Maar ik stond hier eenzaam,
achtergelaten, afgedankt door het leger.
De lege stad en het lege plein
vormden mijn verblijfplaats, mijn onrust.
De helm met wat laatste bladeren en takken,
het geweer in m’n handen, hopeloos verouderd,
de koppel, de slepende overjas
en spijkerlaarzen, dit alles was van een poilu.
Ik voelde me onbeholpen als een beer.

Boven de daken, waarachter kerken zich betekenisvol
majestueus aftekenden, verschenen als verdwaalde vogels
twee vliegtuigen. Groter wordend,
jaagden de Nieuport Scout en de Duitse Taube
op elkaar, door de lucht tuimelend
totdat eentje in een vuurzuil neerstortte.

Deze oorlogen zijn zo groots geweest, ze zijn vergeten
zoals de Egyptische heersers. Mijn vakbroeder
wiens dikke laarzen ik aanhad, verbaasde het je
om veertig jaar later door mijn hoofd te spoken
zoals ik in een droom door het jouwe?

Het geweld van wakend leven verstoort de orde
van onze dood. Vreemde dromen doen zich voor,
want dromen zijn nu voorzien van patent als nooit voorheen.


1959

www.alberthagenaars.nl

vrijdag 3 juni 2011

ULLA HAHN



FIGUURLIJK GESPROKEN

Als ik een boom was, zou ik
in de palm van je hand groeien,
als jij de zee was, zou ik
witte zandkastelen voor je bouwen.

Als je een bloem was, zou ik
je met alle wortels uitgraven,
als ik een vuur was, zou ik
je huis in zachte as leggen.

Als ik een watergeest was, zou ik
je vanaf de bodem in me opzuigen,
en als je een ster was, zou ik
jou uit de hemel knallen.


Bildlich gesprochen – Uit: Herz über Kopf. 1981
www.alberthagenaars.nl

zondag 15 mei 2011

INGEBORG BACHMANN (1926-1973)

.
.


VERBONDENHEID

Alles is wonden slaan
en geen heeft geen vergeven.
Beschadigd als jij en beschadigend
leefde ik op je in.

Het zuivere, het geestelijke aanraken,
bij elke streling versterkt,
wij ervaren het bij het ouder worden,
in het koudste zwijgen gekeerd.



Bruderschaft

www.alberthagenaars.nl

dinsdag 19 april 2011

PAUL VERLAINE (1844-1896)





MIJN VERTROUWDE DROOM

Vaak droom ik die vreemde en indringende droom
Over een onbekende vrouw, die ik bemin en die mij bemint
En die, telkens weer, noch geheel dezelfde is
Noch geheel een andere, en mij bemint en begrijpt.

Want zij begrijpt mij en mijn hart, transparant
Alleen voor haar, helaas, houdt op een probleem te zijn
Alleen voor haar, en mijn bleke bezwete voorhoofd,
Alleen zij weet het, huilend, te verfrissen.

Heeft zij bruin haar, blond of rossig? –Ik weet het niet.
Haar naam? Ik herinner me dat hij zacht en welluidend is
Als die van de beminden die het Leven verbande.

Haar blik gelijkt die van het staren van standbeelden,
En haar stem, ver en kalm en diep, heeft de kleur
van geliefde stemmen die het zwijgen is opgelegd.


Mon rêve familier – Poèmes Saturniens, 1866.

www.alberthagenaars.nl

zaterdag 16 april 2011

GEORGES SCHEHADÉ (1905-1989)





I

Vooreerst achter de rozen zijn er geen apen
Er is een kind met gekwelde ogen



II

De haren die even oud zijn als de liefde
Zoals de wijn die door de vingers stroomt
Herinner je herinner je bloemen van de aarde
De schaamte droeg je hoofd in een ransel
Duizend verzakkingen markeerden je stappen
Jij bevindt je hoog daar op de helling
Waar de maan haar grote koude orgels opstelt
De bomen sidderen als kwallen
Maar jij gelooft niet in deze natuurlijke kreten
Als de bergen de lucht konden raken
En daardoor het weer weer konden veranderen
Zou jij naar de hemel optrekken

Met twintig jaar is het een siddering
Om je ogen in het water van de vrouwen te zien
De kamer heeft de opsmuk van de zee
Als twee samen vliegende vogels neerstorten
Uit de dreigende stilte van het nest
Heeft de nacht onze leeftijden verward
O melodie van het eilandgesteente


Poésies I (1938)



*

Er zijn tuinen die geen land meer hebben
En die alleen zijn met het water
Duiven vliegen er doorheen blauw en zonder nest

Maar de maan is een kristal van geluk
En het kind herinnert zich een grote heldere verwarring


Poësies II (1948)


*

Gij zult niet de vrede van het Koninkrijk hervinden
Noch de sappige weides aan de zijde van een lans
- Nauwelijks krijgsgewoel, ijzer op ijzer
In die kerk van een schiereiland der kindertijd
Nauwelijks de engel en de winter
Over de christelijke passie van de schuiten

De zwaarden blijven haken en laten bloed achter in de avond


Poësies III (1949)


www.alberthagenaars.nl

zaterdag 26 maart 2011

SYLVIA PLATH (1932-1963)






METAFOREN

Ik ben een raadsel en negen lettergrepen,
Een olifant, een wanstaltig huis,
Een meloen balancerend op twee tentakels.
O rood fruit, ivoor, scherpe ribben!
Dit brood is groot in z’n woelig rijzen.
Geld wordt opnieuw gemunt in deze vette buidel.
Ik ben een inkomen, een toneel, een drachtige koe.
Ik heb een zak groene appels verorberd,
Zit in een trein zonder ooit nog uit te kunnen stappen.


Uit: Metaphors

www.alberthagenaars.nl